Vertraging is de weg vooruit

Stress en geluk. We branden onszelf op en zitten in een morele crisis, schrijft Wouter Beekers. De vooruitgangsdroom is een nachtmerrie geworden.

Illustraties: Kwennie Cheng

‘Ja, de moderne wereld bracht bevrijding, maar deze bevrijding heeft ons geen geluk gebracht. Integendeel, zij bracht leegte, doelloosheid en extreme eenzaamheid”. De cultuurkritiek van Thierry Baudet, in zijn veelbesproken recensie van Michel Houellebecq, loog er niet om. Wij, de Nederlandse politieke elite, hoonden hem weg om zijn traditionalisme. En het is waar, Baudet verwoordt een verlangen naar een verleden dat nooit onze toekomst kan zijn.

Stiekem zijn we maar al te blij met dit excuus. Want we willen ook helemaal niet in de cultuurkritische spiegel kijken. We willen vooruit.

Maar als we niet durven te vertragen, als we niet in de leegte durven kijken die iemand als Baudet beschrijft, en op zoek durven naar nieuwe zingeving, dan is er helemaal geen vooruit. Onze weg loopt vast.

Want die leegte, dat gaat over ons. Laat ik dat persoonlijk maken. Met mijn vrolijke levenslust geniet ik van de vrijheid van onze tijd. Daaraan besteden somberaars zoals Houellebecq soms wel erg weinig aandacht. Maar er is ook een ander verhaal. Een jaar of acht moet ik geweest zijn. Ik klom op de vensterbank, bij een half open raam. Een aantal meter daaronder lag het stoepje. Even kwam de gedachte: ‘als ik nu een stap neem, is alles afgelopen’.

Terugblikkend draag ik mijn leven lang melancholische gevoelens met me mee. Als het leven zwaarder wordt, zou ik ze zelfs depressief durven noemen. Tot op de dag van vandaag kan dat een worsteling zijn. Vier jaar geleden liep ik vast in mijn melancholie. Mijn huwelijk raakte in een crisis en maanden zat ik opgesloten in een depressie. Ik voelde me volstrekt waardeloos en zag geen toekomst meer. De dood, die ik gewoonlijk toch wat vreesde, werd een in zekere zin aanlokkelijk perspectief.

Ik was opgebrand. Terugkijkend lag daar een jarenlang patroon van overspanning aan ten grondslag. Steeds was ik bezig geweest mijn leven van betekenis te laten zijn. Excellerende intellectueel, betrokken burger, geweldige vriend, spetterende liefdespartner, goede zoon, lieve vader, het moest allemaal tegelijk.

Dat bracht natuurlijk veel moois. Maar prestaties kunnen altijd beter. Wie zijn zelfbeeld bouwt op productie, bouwt op een wankel fundament.

Een instabiel zelfbeeld

Een tijd heb ik gedacht dat mijn worsteling een persoonlijke was en vooral ook moest blijven. Het ging immers over mijn zoeken naar evenwicht. Mijn reflecties op politiek en samenleving zag ik als een ander genre.

Maar ik twijfel. Is het persoonlijke niet ook politiek, zoals de feministen in de jaren zeventig zeiden? Is mijn levensverhaal zo uniek, of ook exemplarisch voor deze tijd? Houellebecq zette ook mij aan het denken.

En hij niet alleen. In 2011 stelde psychiater Dirk de Wachter een ernstige diagnose van onze tijd. Hij signaleerde dat de samenleving kampt met een instabiel zelfbeeld dat ook ons leven instabiel maakt. Het maakt ons ook wispelturig in onze relaties. We kampen met bindings- of verlatingsangst. We idealiseren of kleineren de ander.

We stralen zelfvertrouwen uit, maar met de uitstraling schermen we eigenlijk onze zelftwijfel af. De narcistische paradox wordt dat in de psychologie wel genoemd. Op sociale media tonen we vastberaden onze geluksmomenten, maar vervolgens loeren we onzeker naar het schermpje om te zien of anderen ons geluk belonen met een duimpje. Het zijn ‘Borderline times’, constateerde De Wachter. De samenleving is ‘oververmoeid’, stelde cultuurfilosoof Byung-Chul Han. Onze generatie is een ‘prestatiegeneratie’, aldus de jonge neurowetenschapper Jeroen van Baar.

De moderne wereld bracht emancipatie en bevrijding. Er is welvaart en geluk. We schitteren en genieten. En laten we dat vooral blijven doen.

Maar er is ook een ander verhaal: dat van presteren van wieg tot graf. In 1874 werd de ‘overmatigen arbeid van kinderen’ wettelijk ingeperkt. Vandaag de dag is niet de overmatige arbeid het schrikbeeld, maar de ‘zesjescultuur’. Scholen prijzen zichzelf in de markt met hun ‘plusklasjes’ voor ‘hoogbegaafden’. En steeds vaker horen we over schoolkinderen die kampen met werkdruk of zelfs overspanning. Ik kom al middelbare scholieren tegen die een ingrijpende burn-out hebben moeten meemaken.

Het goede leven kwijt

De twintigste eeuw opende voor velen de deur tot academische vorming en ‘onthaasting van het denken’. Vandaag de dag vertonen onze universiteiten een neurotische competitiedwang om studenten en onderzoeksgeld. Hoe veelzeggend zijn de namen van de belangrijke academische beurzen: veni, vidi, vici – ik kwam, ik zag, ik overwon. Na een halve eeuw strijd werd in 1961 de veertigurige werkweek ingevoerd. Vandaag de dag kampt zo’n tien tot vijftien procent van de werkenden met overspanningsklachten.

In jonge gezinnen loopt die druk steeds verder op. Een heilig huisje, bleek wel uit de reacties op Baudets uitspraken daarover. Maar laten we niet weglopen voor de feiten. Ouders met thuiswonende kinderen deden veertig jaar geleden gemiddeld iets minder dan veertig uur in de week aan betaald werk. Onlangs werd bekend dat dat gemiddelde is opgelopen tot zestig uur.

Tegelijkertijd besteden ouders tweemaal zoveel tijd aan ‘quality time’ met de kids, het gemiddelde steeg van tien naar twintig uur in de week. Het beeld van gezellig keuvelen met een strijkende ouder, heeft plaatsgemaakt voor schuldbewuste bezoekjes aan het pretpark. Welvaart en techniek brachten een langer en gezonder leven, maar of dat leven ook gelukkiger is, blijft de vraag. Na je veertigste schijn je een grote carrièrestap te moeten vergeten. Na je vijftigste kun je maar beter niet meer werkloos worden. En eenmaal oud en prestatieloos komt de vraag of een waardig einde van dit voltooide leven niet het beste is.

We zijn iets van het goede leven kwijtgeraakt. We hebben de aandacht verloren: om te genieten van deze wereld en van elkaar. We zijn een attitude kwijt van leven uit dankbaarheid, verbondenheid en vertrouwen. En misschien draven we daarom wel zo paniekerig door.

Wie zijn zelfbeeld baseert op productie, bouwt een wankel fundament

Wezenlijk gaat het hier in de politiek niet over. Want wie kritisch is op de cultuur, bekritiseert ook de kiezer. En wie weet zweeft de kiezer snel in de armen van een kritiekloze ander. Maar we kunnen niet zonder zelfreflectie en zelfkritiek. Neem dat prachtige initiatief van ‘coalitie y’. Terecht agendeert deze coalitie de prestatiedruk op de jonge generatie. Maar nergens durft de coalitie te zeggen dat het wij – de prestatiegeneratie zelf – zijn die van richting moeten durven veranderen.

Abraham Kuyper sprak ooit van ‘architectonische maatschappijkritiek’. Bob Goudzwaard durfde nog een verkiezingsprogramma te schrijven onder de titel ‘niet bij brood alleen’.

Maar vandaag de dag hollen politici, aangejaagd door het journaille, van hype naar hype en van quote naar quote. Ze missen de rust om te luisteren en te voelen wat er speelt in de samenleving, te reflecteren op dilemma’s en oplossingen. Slechts een afgezwaaid politicus durft het aan ons erop te wijzen dat we in plaats van ‘het touwtje uit de brievenbus’ een cultuur van angst, hebzucht en controledrang hebben ontwikkeld. En over onze cultuur zou het wel moeten gaan. Omdat het zicht op het goede leven is vertroebeld. En omdat de grote maatschappelijke kwesties van deze tijd alles met onze collectieve overspanning te maken hebben.

Het bedreigde klimaat, nieuwe sociale ongelijkheid, het multiculturele drama: zij verdienen serieuze politieke antwoorden. Maar het is de vraag of we die ooit vinden als we de prestatiedruk niet van de ketel halen. Met onze groeihonger branden we niet alleen onszelf op, maar ook de wereld waarin we leven. We debatteren verhit over het tempo van de duurzame transitie. Maar het is maar de vraag wat duurzame investeringen bijdragen als we doorgaan op de weg van altijd meer. Er is heel wat transitie nodig als we werkelijk ieder jaar een nieuwe smartphone willen blijven kopen en vier keer per jaar op vliegvakantie willen blijven gaan. Er is maar één duurzame weg, dat is de weg van vertraging en genieten van genoeg.

Er is geen terugweg naar een geromantiseerd verleden

De vooruitgangsdroom is langzaamaan onze nachtmerrie geworden. Kijk naar de gele hesjes die de noodklok luiden vanwege nieuwe ongelijkheid. Wie goed luistert, hoort ook protest tegen een verbroken belofte. De belofte van altijd vooruit, van altijd meer, kan niet worden waargemaakt.

Er komt een generatie die het voor het eerst niet beter zal hebben dan de vorige, constateren we panisch. Toch is het in ons welvarende deel van de wereld de vraag hoeveel reden tot paniek er te vinden is in het uitblijven van groei.

Nu we allen – mannen en vrouwen, vaders en moeders – tot de arbeidsmarkt geroepen zijn, zou het van durf getuigen als we gaan nadenken over verdere inperking van de werkweek. Zo’n maatregel zou alleen al een belangrijke symbolische waarde kunnen hebben. En wellicht helpt het om de arbeidsvreugde de delen tussen overbelaste dertigers en veertigers en ervaren vijftigers en zestigers die aan de kant staan. Vertraging van onze groeiambitie geeft op de lange termijn meer energie. Met onze honger naar groei branden we niet alleen onszelf op, maar ook onze samenleving. Als het Sociaal Cultureel Planbureau ons vraagt waar wij ons het meeste zorgen over maken, zeggen we keer op keer: gebrek aan waarden en normen. Het is de vraag of we die waarden en normen nu allemaal bij het grofvuil hebben gezet, of gewoon niet meer de tijd nemen om ze geduldig in de praktijk te brengen. In het verkeer is onze haast pijnlijk zichtbaar. Opgejaagd als we zijn, zitten anderen ons in de weg. Op de snelwegen werken we nog even snel onze appjes bij. Inmiddels gaat het aantal verkeersdoden – na een jarenlange daling – weer omhoog. Vorig jaar verloren bijna zevenhonderd mensen na een verkeersongeval het leven, het hoogste aantal van de afgelopen tien jaar.

We nemen de tijd niet meer om samen te leven. De ‘bubbel’ van gelijkgestemdheid geeft geluk op de korte termijn. Maar daarin vinden we niet meer de tijd om te leven met verschil, al helemaal niet voor het geduldig proces dat de integratie van nieuwkomers vraagt. Beschaving vraagt vertraging, zoals socioloog Dick Pels onlangs in De Groene Amsterdammerkrachtig uiteenzette. Pas als we ons denken durven vertragen, geduldig luisteren, durven twijfelen en nuance zoeken ontstaat er ruimte voor verbinding. Met de vlag van vooruitgang in de hand lopen we een doodlopende weg in. Vertragen vraagt moed. Zelf vind ik die moed in het geloof dat God ons niet beoordeelt op onze prestaties, maar kijkt naar ons hart. Met kerkvader Augustinus beleef ik steeds weer: onrustig is mijn hart, tot het rust vindt in Hem. Steeds weer, want zoals dat gaat bij stappen die moed vragen: het is met vallen en opstaan. Laat het ons er niet van weerhouden ook als samenleving de moed op te brengen om onze morele crisis onder ogen te zien. In een crisis is er geen terugweg naar een geromantiseerd verleden. We moeten erdoorheen. En vertraging is de enige weg vooruit.

Het originele artikel staat hier: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/05/vertraging-is-de-weg-vooruit